Laatste nieuws: Een gelukkig Kerstfeest voor de weduwen en de allerarmsten.

   
    
Tap To Call

Het Karibuhuis   arrow

Het Karibu-huis in Kabarondo

Het Karibuhuis is een huis voor straat- en weeskinderen in Kabarondo, in het oosten van Rwanda. Het wordt als een van de “voorbeeldhuizen voor kinderen” in Rwanda aangemerkt. Daardoor krijgt het huis geregeld bezoek van mensen en instanties die graag willen zien hoe alles is georganiseerd.

Het Karibuhuis is een kindvriendelijk huis. Het is bewust gebouwd in een hoefijzervorm met een centrale plaats in het midden die is af te sluiten met een poort. Dat geeft de kinderen een veilig gevoel. Veel kinderen hebben voordat ze naar het Karibuhuis kwamen, op een onveilige plek gebivakeerd en waren vaak angstig. We willen ervoor zorgen dat ze zich welkom en geliefd voelen. In het Karibuhuis wordt veel gedaan aan traumaverwerking in de vorm van het leren van de Afrikaanse dansen, het trommelen op de grote Rwandese trommels en sport (voetbal,volleybal, basketbal,enz).  Er is ook veel aandacht voor wat deze kinderen meegemaakt hebben. Elk kind heeft zo z’n eigen geschiedenis. Ook is er een recreatiezaal waar ze kunnen spelen, puzzels maken, tekenen, tv kijken…  Daarnaast is een aparte studiezaal waar onder begeleiding huiswerk wordt gemaakt.

De kinderen hebben, net als in de gezinnen, ook hun eigen taken te doen. Ze krijgen een Rwandese opvoeding, zodat ze straks in deze maatschappij kunnen functioneren. Ze maken hun bed op, doen werkjes zoals het schoonmaken van groente, het uitzoeken van de bonen, het schoonmaken van de binnenplaats, werken in de tuin. Het is eigenlijk net een groot gezin waar een groot sociaal gevoel wordt ontwikkeld. Van zielige hoopjes, worden het kinderen die weer plezier in het leven krijgen. We willen hen ook graag de oneindige Liefde van God meegeven in het leven, van een vergevende God die van hen houdt en er voor iedereen is.

Met het Karibuhuis is het werk van de Stichting Karibu in 2000 begonnen:

Een vraag om hulp
In februari 2000 ontvingen Marjan en Irene via de Witte Zusters een hulpvraag van een Rwandeese priester: na de volkerenmoord was het voor veel mensen in Rwanda moeilijk om weer een bestaan op te bouwen. Er waren grote aantallen straatkinderen, veel wezen en weduwen, er was honger, analfabetisme, aids, kinderen konden niet naar school, gevangenissen waren vol, enz. enz.
In juli reizen Irene en Marjan naar Rwanda om de situatie met eigen ogen te bekijken en om te zien wat er gedaan kan worden.
Het verhaal van Odette
Een van die vele weduwen vertelt Marjan en Irene haar verhaal: Haar naam is Odette. Ze vertelt ze dat ze gezien heeft hoe haar man om het leven werd gebracht. Toen de mannen op haar afkwamen, liet ze gauw haar 2 jarige kind van haar rug glijden om het te beschermen. Dit kindje heeft ze nooit weer gezien. Zijzelf lag zwaargewond achter het huis. De mannen dachten dat ze al was overleden en vertrokken weer. Haar 3 andere kinderen kwamen bij hun grootouders terecht maar een week later is het huis van de grootouders in brand gestoken en toen zijn ook deze drie kinderen omgekomen. Odette vertelt dat ze alles heeft verloren dat haar dierbaar was, maar dat ze één ding gelukkig niet was kwijtgeraakt en dat was haar geloof in God. Marjan en Irene zijn diep onder de indruk van haar levensverhaal. Odette vertelt ook dat ze zich als weduwen hebben verenigd om zo elkaar tot steun te zijn. Ze nodigt Marjan en Irene uit om naar zo’n bijeenkomst te komen. Dat doen ze.
Moedige vrouwen
Marjan vertelt: Er waren veel weduwen die niet alleen hun man, maar soms ook al hun kinderen waren kwijtgeraakt. Er waren anderen die hun kinderen niet naar school konden laten gaan en zelfs niet genoeg te eten konden geven. Deze vrouwen verenigden zich en startten kleine landbouwprojecten. Zo hielpen ze elkaar en waren elkaar tot steun. Veel vrouwen vertellen spontaan wat hun was overkomen. Het waren indrukwekkende en pijnlijke verhalen die we te horen kregen. Ze vertelden ons dat het hen goed deed te vertellen wat ze hadden meegemaakt en ze vroegen ons om ook in Nederland te vertellen wat hen was overkomen, zodat ze hun verdriet konden delen.
In de lezingen die we in Nederland hielden, spraken we over hen en veel vrouwen in ons land zetten hun naam op een kaart en schreven er iets bij om hen te laten weten dat ze aan hen dachten en voor hen wilden bidden. Deze kaarten namen we mee naar Afrika. Deze moedige vrouwen in Rwanda waren ontroerd en bemoedigd bij de gedachte dat ze dit verdriet niet alleen hoefden te dragen.
Straatkinderen
Toen we in Rwanda de lokale markt bezochten, zagen we hoe kinderen boontjes van de grond zochten. Dat zijn de straatkinderen, zo vertelde de Rwandese priester. Ze wonen aan de rand van de markt in hutjes, gemaakt van palen met golfplaten. Samen hebben ze een “familie” gevormd van ongeveer 10 a 12 kinderen en zo proberen ze te overleven. De oudere kinderen proberen karweitjes te doen om wat geld te verdienen. Ze hebben een uitzichtloos bestaan en ze proberen zo in leven te blijven. Hulp is er niet voor hen. Naar school gaan kan niet, want dat kost geld. Wanneer er geen hulp geboden wordt, dan gaan veel kinderen lijm of benzine snuiven om de zorgen te vergeten.

Na gesprekken met verschillende mensen, werd ons duidelijk dat de straatkinderen het grootste probleem waren. Veel van de straatkinderen hadden gezien hoe ouders, broertjes en zusjes waren vermoord tijdens de volkerenmoord tussen de Hutu’s en de Tutsi’s. Ze zwierven op straat zonder enig toekomstperspectief. Het zou daarom goed zijn om een huis voor straatkinderen te beginnen.

Het Karibuhuis
We hebben toen samen met de priester plannen gemaakt en die we aan de gemeente hebben voorgelegd. Ze waren blij dat we de straatkinderen wilden helpen en de gemeente bood ons een stuk grond aan om er een kinderhuis op te bouwen.

We creëerden een bouwteam in Rwanda en een bouwteam in Nederland. In 2001 zijn we met de bouw van het Karibuhuis begonnen. Tegelijkertijd begonnen we spullen te verzamelen om het huis later te kunnen inrichten. Gerhard Nijhof, architect in Wierden, maakte pro Deo de bouwtekening.
De plaatselijke bevolking, die ook arm was, zou bij de bouw betrokken worden. Zij hebben het graafwerk gedaan voor de fundamenten. Ook hielpen anderen mee met het metsel- en timmerwerk. Zo kon iedereen geld verdienen voor hun gezin.
Het zou een huis worden waar 35 kinderen zouden gaan wonen. Na een jaar was het Karibuhuis klaar en kwamen de containers uit Nederland met spullen om het huis in te richten. Dit alles werd mogelijk gemaakt door de hulp en inzet van vele vrijwilligers in Nederland.
Inmiddels hadden de mensen uit het dorp die aan het huis hadden gewerkt een band opgebouwd met deze straatkinderen. Straatkinderen werden altijd weggejaagd, maar nu hoorden ze er bij: zo verliep de integratie van deze kinderen moeiteloos.
Alle kinderen gingen naar de lagere school in het dorp. Sommigen waren of nog nooit naar school geweest of waren in geen jaren naar school geweest. Na verloop van tijd bleek dat een aantal het heel goed deden op school. Ze voelden, hoe moeilijk het ook was na het verlies van zoveel familieleden, zich thuis in het Karibuhuis.

De broeders met wie we samenwerken, hebben de leiding van het huis. Inmiddels zijn er al heel veel kinderen weer terug gegaan naar hun familie. Voordat ze teruggaan is er eerst intensief contact met de familie. Zo komt er weer plaats voor andere, vaak jongere kinderen, die hulp nodig hebben. Wanneer ze geen ouders meer hebben, worden ze opgevangen door andere familieleden.

gilbertDit jongetje Gilbert, zonder ouders, is in december 2009 van straat gehaald en heeft in het Karibuhuis in Kabarondo in Rwanda een veilige haven gevonden. Voor € 2 per dag wordt een kind in het Karibuhuis onderhouden en ook zijn schoolgeld wordt betaald.

 

 

Er zijn nu een aantal oudere kinderen die intern op de middelbare school zijn of daar al mee klaar zijn en er zijn anderen die een beroepsopleiding volgen.

De meeste van deze kinderen zijn getraumatiseerd en om hen te helpen om deze trauma’s wat meer op de achtergrond te krijgen, moet je positief bezig zijn. Zo hebben ze geleerd om op de Afrikaanse trommels te spelen, de Afrikaanse dansen te leren en zelf hebben ze een acrobatengroep opgericht. Ook wordt er elke dag gesport. Dit positieve bezig zijn hielp en helpt hen enorm. Het grote verdriet dat hen is overkomen, kunnen we helaas niet weg nemen, maar we willen hen helpen om weer een toekomst op te bouwen, zodat er weer perspectief in hun leven komt. We hebben bij heel veel kinderen mogen zien dat ze weer blij kunnen zijn en weer een lichtpuntjes zien.

We zijn God dankbaar dat we deze kinderen in het Karibuhuis de hulp mogen bieden die ze nodig hebben en dat ze door aandacht en liefde weer de kracht mogen vinden om door te gaan.
image_print