Mijn naam is Marjan Tieberink. Samen met mijn tweelingzus Irene hebben we in 1999 de Stichting Karibu opgericht.

Als kind wilden we allebei al graag naar Afrika om iets te kunnen betekenen voor de armsten.

Toen we 18 jaar waren, ging mijn vader voor zijn werk naar Burundi (Afrika).Hij kwam in contact met de Witte Zusters die daar werkzaam waren. Een van hen was een Nederlandse zuster. Mijn ouders waren zo onder de indruk van hun werk, dat ze hen financieel bleven steunen. Op een bepaald moment zei deze zuster dat ze maar eens naar Burundi moesten komen, zodat ze konden zien wat deze zusters met dat geld hadden gerealiseerd. Mijn moeder voelde daar niet zo voor en zo gebeurde het dat Irene en ik in 1983 vertrokken naar deze post in hartje Afrika.

Toen we daar aankwamen voelden we  ons daar meteen thuis. Het was een post in het binnenland waar 5 zusters werkzaam waren. Ze vroegen ons om mee te helpen en zo verrichtten we allerlei hand -en spandiensten. Ook kregen we een goed contact met de bevolking.

Inmiddels stonden we allebei in Nederland voor de klas en zou het een hele tijd duren voor we weer terug zouden kunnen. Het jaar daarop gingen we weer terug.

Eén van de zusters uit Burundi werd overgeplaatst naar het buurland Rwanda. Ze vroeg ons om daar in een weeshuis te helpen. In 1987 vertrokken we naar Rwanda. Het was schokkend te zien hoe vaak daar baby’s voor dit weeshuis  te vondeling werden gelegd.

Na deze ervaring werden we uitgenodigd om naar een post van het Leger des Heils op Haïti te komen. De armoede was daar groot. We zagen dat  veel mensen ondervoed waren. Irene en ik maakten een plan zodat er voor een school in het binnenland een kantine gebouwd kon worden. We zochten donateurs en  kregen, door flink de schouders eronder te zetten, het geld bij elkaar. De schoolkantine met keuken werd gebouwd en wat was het goed om te zien hoe de kinderen daar genoten van hun maaltijd.

Inmiddels zagen we op het terrein waar we verbleven, hoe ouderen en gehandicapten twee keer per week kwamen voor een warme maaltijd. Veel van deze mensen waren zo arm, dat ze zich nog niet 1 maaltijd per dag konden veroorloven. We hebben toen een brief gestuurd naar mensen die ons destijds ook hadden gesteund met de schoolkantine, met de vraag om  te helpen om deze groep mensen te steunen, zodat ze elke dag konden komen voor een warme maaltijd. Velen droegen deze groep een warm hart toe, maar we hadden natuurlijk heel wat middelen nodig om te kunnen starten. Wat hebben we hard  moeten werken om te kunnen beginnen, maar met hulp van donateurs en de mensen ter plaatse, is het uiteindelijk  toch gelukt! Elke dag kwamen zo’n 80 armsten voor de warme maaltijd. Het was niet alleen de maaltijd die belangrijk was, ook het sociale contact was heel belangrijk. Het samen praten, zingen en bidden was iets dat elke dag terugkwam. Je zag deze mensen opbloeien.

Op Haïti ontmoetten we verschillende keren een echtpaar van het Leger des Heils uit de Verenigde Staten.  Ze zouden worden uitgezonden naar het Afrikaanse Zimbabwe. Toen ze daar aankwamen, zagen ze de enorme armoede en nood van kinderen die niet naar school konden, de  ellendige gevolgen van aids, zoals de vele gezinnen van wie de ouders overleden waren. Ook zagen ze dat gehandicapte kinderen niet naar school konden en wat nog erger was, was dat ze in de hutten verstopt werden. Dit echtpaar nodigde ons uit te komen en vroeg ons of we daar een sponsorprogramma konden starten, zodat kansarme kinderen naar school konden.  Zo vertrokken we in 1993 naar Zimbabwe om dit werk te starten.

In 1998 waren we te gast bij Rik Felderhof in Zuid-Frankrijk in het programma Villa Felderhof om ons verhaal te vertellen over ons werk. Dat gaf zoveel publiciteit dat we in 1999 de Stichting Karibu hebben opgezet waarvan Rik Felderhof de ambassadeur werd.

Enige tijd later, in 2005, is Rik mee geweest naar Rwanda om daar samen met oud-premier Dries van Agt voor de NCRV het kerstprogramma te maken over ons werk in Rwanda. Ook cabaretier Herman Finkers was te gast in deze uitzending. Daar waren we erg blij mee; veel mensen meldden zich aan als donateur.

In 2000 kregen we een hulpvraag van een van de Witte Zusters. In 1994 had daar een volkerenmoord plaats gevonden tussen de stammen van de Hutu’s en de Tutsi’s. In 100 dagen, dus in 3 maanden tijd, zijn daar toen bijna een miljoen mensen vermoord. Een drama waarvan elke dag de gevolgen nog merkbaar zijn.

Eén van de grootste problemen waren de vele straatkinderen en de vele weduwen. We zijn toen in onze zomervakantie naar Rwanda vertrokken om zelf te zien hoe de situatie was.

Triest te zien hoe straatkinderen op de markt boontjes zochten om zo te overleven. Hoe weduwen nauwelijks middelen hadden om hun kinderen te eten te geven of om hen naar school te kunnen laten gaan. Gevangenissen zaten overvol na de oorlog van ‘94.

Toch, zo zei men ons, waren de vele straatkinderen het grootste probleem. En zo maakten we plannen om de bouw van een huis voor straatkinderen te realiseren. Het huis staat er inmiddels al heel wat jaren en we hebben gelukkig al heel wat kinderen kunnen opvangen. Elk kind heeft zo zijn eigen trieste geschiedenis en velen hebben gezien hoe ouders, broertjes en zusjes werden vermoord. Er zijn nu  weer nieuwe, jongere kinderen gekomen. Er zijn nu oudere kinderen die naar de middelbare school gaan, anderen volgen een beroepsopleiding.

Doordat er zoveel huisjes en hutten zijn vernield tijdens deze volkerenmoord en doordat mensen nauwelijks  geld hebben, heeft de Stichting Karibu voor een aantal van deze armsten eenvoudige huisjes gebouwd. Dit doen we in samenwerking met  broeders, een congregatie met de naam Abambari ba Jambo.

In de loop der jaren heeft de Stichting Karibu er voor gezorgd dat er verschillende scholen gebouwd zijn, zodat kinderen  basisonderwijs kunnen volgen. Er zijn nog steeds kinderen die niet naar school gaan, kinderen die daardoor kansarm blijven. Door het volgen van onderwijs kan een kind zich ontwikkelen en zal het een betere toekomst krijgen.

Samen met deze broeders zijn we een project gestart in de hoofdstad Kigali. Het is een project waar jongeren een beroepsopleiding kunnen volgen. Ze kunnen kiezen tussen het vak van timmerman, metselaar of lasser. Er is na deze oorlog veel vraag naar goede vakmensen.

Verschillende gebouwen van dit project zijn nu klaar. Deze moeten nu ingericht worden. Alle leerlingen komen intern. De jongeren moeten de lagere school gevolgd hebben, voordat ze aan de opleiding  beginnen. Een goede basis is nodig om de lessen te kunnen volgen.

Op deze manier hopen we een bijdrage te mogen leveren voor een goede toekomst voor deze jongelui.

Helaas is Irene in december 2008 overleden aan de gevolgen van borstkanker. Dit werk voor de armsten heeft ze altijd met grote overgave en liefde gedaan.


Irene bezig met haar werk De kookster van het Karibuhuis met haar kleine irene op haar rug

Na een moeilijke periode ben ik nu weer aan het opknappen en ik hoop met Gods hulp weer iets te mogen betekenen voor de armsten in Rwanda.

Ik wil u, namens de kinderen die door uw gift geholpen worden, heel hartelijk bedanken voor uw onmisbare steun.

Marjan.